Journey Of The Fallen

Chronicles: D&D session 8

Na een grootse avondfeest strompelt iedereen met kleine kater uit de veren. Borg kotst nog even vrolijk alles onder. Daarbij raakt ook Miselande door de enorm krachtige kotsstraal eindelijk uit het lichaam van onze fighter gedreven.

Calliana’s maag ligt nog totaal in de knoop en besluiten dan ook even verstek te laten gaan bij de hervatting van de speurtocht naar de rondzwervende cultus van Orcus.

Onze helden hervatten hun toch door als eerst nog een bezoekje te brengen aan de oude wijze in de toren: Valthrun. Hij zou ondertussen toch al een beetje meer informatie hebben moeten kunnen opdelven over de spiegel die ze hem hadden gegeven?! En ja hoor! Dit oudje was met zijn fancy nieuwe kaarsenhouder in zijn bibliotheek gedoken en had nuttige informatie gevonden in enkel van de oudste geschriften. Deze geschriften, vertelt hij erbij, zijn overgebracht uit een statige burcht uit de streek. Zijn huis, de toren, is blijkbaar ook nog een bouwwerk uit de tijd van het Nerath imperium. De magie die daarmee samen ging kan alleszins perfect verklaren waar de oude toren nog zo weinig sporen van de tijd draagt!

Wat hem door deze studie opviel is dat, hoewel de spiegel een mistige aura van magie uitstraalt, de tekens op de spiegel van een groter belang zijn. Vermoedelijk zijn de tekens een soort verwijzing, wijzer of zelfs handleiding representeren. Een van zijn eerste vragen aan de party is vreemdgenoeg: “lijkt het of de spiegel op een bepaalde plaats of manier moet worden vastgehouden … ? ” Isu en Bardek kijken elkaar een beetje schaapachtig aan en lijken hier niet echt iets van te weten.

Valtrun schudt zijn hoofd en wenkt de groep opgewonden verder tot op de bovenste verdieping van zijn toren en wijst 4 plaatsen, in kruisvorm, aan op de muren. Het zijn exact dezelfde tekens als degene die in kruisvorm op de spiegel staan!!

Hij toont de overeenkomstige tekens en terwijl beginnen zijn oogjes te blinken terwijl hij zijn bemerkingen opsomt. Hij zegt: “Toen ik daarnet de vraag over de oriëntatie van de spiegel stelde was dit niet om na te gaan of jullie er mogelijks nog slecht konden uitzien als je hem een beetje schuin hield ofzo! De houder van de spiegel lijkt onbewust verleid te worden om de spiegel zo te houden dat de tekens net tegenovergesteld komen te staan van de tekens op deze muren!”

De wijze loopt, zo opgewonden als een kleine jongen, rondjes in zijn toren. Hij vraagt aan Isu, die ondertussen de spiegel nog eens van dichtbij inspecteert, of hij nog wat meer tijd krijgt om het artefact verder te bestuderen en de precieze betekenis van de symbolen op en het doel van de spiegel te achterhalen.

Wanneer het viertal de toren verlaten kunnen ze bijna niet anders dan het eenzame bloemenkraampje op het marktplein opmerken. Daar probeert een dame bijna wanhopig haar waren te verkopen. Niemand lijkt echter erg geïnteresseerd… Dit is heel eenvoudig te verklaren als je ziet in welke staat de bloemen zijn: geen van de aangeboden specimen ziet er nog bijster fris uit. Bardek besluit daar toch een extra woordje uitleg over te vragen, de dame in kwestie ziet er nu niet meteen debiel uit. Hij begint zijn gesprek met een typische dwarven-openingszin: “Kan iku soms van dienst zijn met een beetje mest?” ... het bloemenmeisje kijkt bedenkelijk terug en wijst, zonder te kijken, achter zich naar de paardenstallen: “mest genoeg me dunkt, maar toch bedankt” Bardek besluit dan maar met een iets normalere vraag het gesprek verder te zeggen en vraagt waarom haar bloemen in deze bedenkelijke staat verkeren? Ze wordt lichtjes bleek rond de neus maar besluit toch, vermits de helden in het dorp ondertussen toch al gekend zijn als ‘the good guys’, te vertellen waar ze haar waren haalt en waarom ze in deze verslunste toestand verkeren. Ze maakt een armgebaar naar het noorden en vertelt: “mijn bloemen staan bekend om hun zeldzaamheid. Er is maar 1 plaats in de streek waar dit soort bloemen groeien! Door het verborgen pad in het bos; op en rond de ruïne van de oude burcht daarachter.” De laatste keer dat ze daar was besloop er haar echter een onheilspellend gevoel gepaard met een dreigende koude. Ze nam gauw een voorraad bloemen aan de bosrand en haastte zich weg van de burcht. Ongeveer halverwege merkte ze dat vele van de bloemen de verkoopsstand niet zouden halen…

Sounds like an investigation! Het gezelschap vertrekt dan ook meteen met de aanwijzingen op zak.

Na een rustige tocht langs kalme, hinderlaagloze bossen en ‘op het zwijgen gelegde’ ende uitgemoorde koboldholen vinden onze helden de ‘verborgen’ doorgang in het bos waar de bloemendame het over had? Nu ja, verborgen is veel gezegd. Moest Calliana niet straalbezopen achtergebleven zijn zou ze de doorgang wel gevonden hebben met haar perceptuele blik. enfin… De doorgang geeft uit op een open ruimte. Binnen die open ruimte is de burcht te zien, of wat er tenminste van is overgebleven. Die keer van de grote beving was voldoende om het eens imposante gebouw tot een samenraapsel van steen te herleiden.

Gezien het ondertussen late uur wordt besloten kamp op te slaan nét buiten de ruïne aan de bosrand. Terwijl Borghar zich nuttig maakt met het verzamelen van van sprokkelhout, zit Isu verzonken in gedachten met wel spreuk hij die stapel hout straks in brand gaat zappen tot er fijntjes wordt opgemerkt dat er zoiets als een tondel te vinden is in het standaard avonturierspakket…

Iedereen komt tot rust naast het knapperige vuur, zo ook Miselande die dromerig in de vlammetjes kijkt en plotseling een verhaal begint te vertellen over een eens trotse burcht met een al even trotse en bekwame commandant: the Legend Of Sir Keegan

Hoewel de plek er verlaten en vrij doods uitziet besluit Isu toch een eerste wacht te houden terwijl de rest verkwikkend dutje doet, de reis was immers lang en zwaar. Hoewel Isu’s gedachten meer zitten bij het feit dat hij toch een beetje voor paal heeft gestaan toen hij een vuurbal vanjewelste wou loslaten op een zielig hoopje takjes eerder dan even een even een vonkje te slaan met een domme steen, is hij toch alert genoeg om een vreemde verandering in de omgeving waar te nemen. Zijn korte nachtronde brengt hem zowaar een ijskoude tocht die tot in het bot dringt. Het is nu niet ongewoon dat het ’s nachts een pak afkoelt maar om een ijswizard kou te laten lijden moet er toch wel iets heel bijzonders aan de hand zijn! Lijfeigen angst besluipt onze held die al bijna gillend terug het kamp in rent. De andere hebben echter niets speciaals opgemerkt, noch hebben ze last van enige koude.

Bardek, dubbel zo alert door Isu’s waarschuwing besluit in de volgende wacht een iets groter gebied te controleren, daarbij een liedje zingend Als we samen gaan kamperen, in het bos of in de hei … Dan klinkt het wel duizend ke…

He wacht eens!! Alles is plots zo stil geworden. Het ruisen van de wind, het kraken van de takken en het knetteren van het kampvuur… Alle geluid is uitgestorven. Wanneer blijkt dat hij zelf zijn eigen valse noten niet meer kan horen haast hij zich korte beentjes haast Bardek weer naar het kamp en gilt iedereen overhoop uit hun diepe slaap.

Onze kleine dwerg blijkt zijn gehoor verloren te hebben.

Er gaat een lampje branden bij onze magie-adepts! Isu detecteerd een web van magie geweven rond Bardek en samen met Miselande gaat hij op zoek naar de oorzaak. Borghar sust ondertussen the little hairy fellow, die nog steeds erg overstuur is.

De speurtocht leidt de 2 dichter naar de ruïne tot plots Isu abrupt stil blijft staan. Miselande die vlak achter Isu liep botste zowaar tegen hem aan. Ze zwieren beiden met hun handjes een beetje in de lucht en komen tot de vaststelling dat er een scherm van magie voor hen zweeft, gelijkaardig aan dat dat rond Bardek zweeft: zou hij hier daarnet per ongeluk doorgewandeld zijn? Het scherm lijkt een cirkelvorm te beschrijven, helemaal rond de burcht. Ze roepen Bardek en Borghar erbij. Gezien Bardek potdoof lijkt te zijn neemt Borghar dan maar het initiatief en geeft Bardek een duwtje (lees: duw) in de goeie richting.

Er wordt voorgesteld Bardek weer door het scherm te duwen: misschien komt zijn gehoor dan wel weer terug. Ze vragen Bardek om door het scherm te stappen … geen reactie. Natuurlijk niet! Hij is potdoo-oof! Borghar laat dan maar nog eens zien dat hij de cursus duwtjes geven voor gevorderden met vlag en wimpel heeft weten af te werken en Bardek al gillend door het scherm te ‘begeleiden’ Warempel! Bardek krijgt zijn gehoor NIET terug! Bovendien voltrekt zich nog maar eens een ramp want ook zijn vermogen om te spreken is plots een onvermogen geworden. Hoewel zijn mede party-members hem geschokt aankijken merkt hij toch precies een kleine flits van blijdschap in hun ogen op. (heel sympha gasten, geweldig!) Bardek besluit dan maar weer uit de bubble of horror te komen maar net voor hij één van zijn twee stompjes er wil doorsteken ziet hij zijn vrienden met alle mogelijke gebaren hem ervan te overtuigen het niet te doen. Bardek blijft dan maar aan die kant van de #{gn|gn#-barrière.

Er komt weer een geweldig idee naar boven borrelen in de groep! “laten we even rond de koepel van het magisch scherm lopen! misschien is er wel ergens een ingang of een zwak punt of zo!” En inderdaad. Na even zoeken blijken ze een scheur in de grond te vinden waar ze onder die vervloekte magische koepel kunnen kruipen. Voor alle zekerheid laten ze Bardek er nog even onderdoor lopen maar toen deze niet meer mankementen begon te vertonen, leek deze theorie dan toch gestaafd.

In de ruïne aangekomen wordt pad goed duidelijk wat voor een ravage er eigenlijk heerst op deze plaats: er staan nog een paar muren recht, fier als een bejaarde met viagra. De meeste bouwwerken zijn echter slechts nog te beschrijven als een klein hoopje wanordelijk gestapelde stenen, overwoekerd door een laagje vegetatie.

Allereerst besluiten ze op zoek te gaan naar de oorzaak van dat helse afschrikmiddel van een magisch web. De ruïne is echter nog redelijk uitgestrekt: waar te beginnen? Gelukkig kunnen ze Isu een beetje misbruiken als kompas. Als ze die in een bepaalde richting duwen bibbert die zowaar uit zijn tovernaarsmanteltje. Op deze mensvriendelijk manier worden ze geleidt naar het midden van magische cirkel. Daar vinden ze, in de overblijfselen van een toren, een sokkel met daarop een doorzichtige bal met dáárin iets dat nog best kan omschreven worden als een verzameling van wervelende wolken.

Isu, die het beu is niet meer deftig zijn naam in de sneeuw te kunnen schrijven, raakt de bol aan om een manier of knopje te zoeken waardoor hij het ding kan uitschakelen. Zijn vingers bevriezen onmiddellijk. Hij kan nog net zijn handen terugtrekken of hij was geëindigd als een overjaarse frisco. Bardek doet teken dat hij er wel eens met zijn tong aan wil gaan likken: niet kunnen praten is precies nog geen reden om niet onnozel te staan doen rond een magisch bal die ieder moment iets verschrikkelijks teweeg kan brengen? Allez, genoeg gelachen en hij besluit er dan maar eens zachtjes tegen te tikken met de steel van zijn hamer. Zelfde verhaal: een stukje van zijn hamer bevriest nagenoeg meteen. Isu blijft maar draaien en doen en besluit de bal op te pakken met zijn mantel errond gewikkeld: een beter idee maar het was maar een kwestie van tijd eer de koude ook daarheen trok en weer zijn vingertjes omtoverde tot blauw stompjes.

Miselande denkt in zichzelf dat hij wel genoeg tijd heeft versch* in een bewuste stenen kist en laadt zijn kruisboog en vuurt een pijl naar de oorzaak van hun getreuzel. Pats! de bol spat als van glas in duizend en twee stukjes uit elkaar en het schild verdwijnt. De andere helden slaken een zucht: voor hetzelfde geld waren allemaal omgetoverd tot een hoopje diepvrieshelden. Maar neen! Plots blijken Bardek’s verloren zintuigen ook weer van de partij te zijn. Meteen volgen verhalen van hoe erg het wel is zonder, maar hoe hij toch dapper zijne plan heeft kunnen trekken. De andere helden hebben ongetwijfeld toch een beetje heimwee naar de magisch bol.

Nu ze op hun gemak de ruïne verder kunnen verkennen vinden ze een donkere doorgang in steen uitgehouwen. Bij nadere inspectie zien ze achter een berg opeengestapelde stenen een trap die verdwijnt in de duisternis. Wacht eens even! opeengestapelde stenen?! Wie heeft deze dan wel opeengestapeld?? De groep nadert de uitermate fijnuitgehouwde trap met grote voorzichtigheid en daalt af in de duisternis … die al snel weer overgaat naar flauw invallend licht van toortsen aan het einde van de tunnel.

Beneden aangekomen merken ze dat de trap uitgeeft op een ruime ondergrondse kamer. De kamer bevat vier smalle pilaren naar het midden toe. De pilaren zijn van dezelfde fijne kwaliteit als de uitgehouwen trap. Zou dit door dwergenhanden kunnen zijn gemaakt?

onze helden schuifelen voorzichtig de kamer in, niets te zien… Iets minder voorzichtig is Borghar. Die loopt dwars de kamer door, tussen de pilaren tot plots een luid gekraak weerklinkt. De grond onder zijn voeten klapt weg en borg zet zich schrap in de diepte te storten. Van storten kom echter niets in huis. Hij daalt zachtjes de kuil in. Dit dankzij zijn goede vriend isu die hem even een magische parachute had toegeworpen. Wat hem in de kuil opwacht is nu wel niet meteen minder erg te noemen dan een normale val naar beneden: het krioelt er van de grote, uitgehongerde ratten!

Alsof die val nog niet genoeg was, is er ook nog een bende gespuis gealarmeerd door al het lawaai. Een hevig gevecht breekt uit: Borghar tegen de ratten, met een beetje gesupporten van een toeristspelende Isu en Miselande en Bardek tegen een 3-tal niet fris uitziende goblins. Een pak gemep, geroep en gevloek later is de eindstand bekend. Staande helden: 4 Staande monsters: 1 één? Och ja er had ze zich ééntje overgegeven. Geen risico’s wordt er initieel beslist! Op deze beslissing wordt echter teruggekomen: dat addergebroed kan misschien nog waardevolle info verschaffen over de lay-out van het ondergrondse complex. Ze knevelen hem gelijk ne salami en zetten hun speurtocht naar kwaadaardige sekte verder…

Comments

FreddyDeYucca

I'm sorry, but we no longer support this web browser. Please upgrade your browser or install Chrome or Firefox to enjoy the full functionality of this site.